Overzicht van spellingregels

Overzicht van gehanteerde spellingregels

Hieronder staat een overzicht van de 82 spellingregels die de basis vormen van deze website. Achter elk woord in de woordenlijst staat het regelnummer van de regel die op dat woord van toepassing is.

De nummers in de woordenlijst zijn aanklikbaar: klik erop en de regel die van toepassing is, verschijnt in beeld. De regels staan ook in de Spellingwijzer Onze Taal.

I. Algemene regels

  1. De uitgangspunten van de Nederlandse spelling
  2. Enkele en dubbele letters
  3. De spelling van eigennamen

II. Klinkers

  1. De klank [ee]
  2. De klank [ie]
  3. De klank [oo]
  4. De klank [au]
  5. De klank [ei]

III. Medeklinkers

  1. De klank [k]: c, k, q, enz.
  2. De klank [ks]: cc, ks, x, enz.
  3. Sisklanken: c, s, z, enz.
  4. f of v
  5. Wel of geen h
  6. Wel of geen w

IV. Accenttekens (uitspraaktekens), klemtoontekens, cedille, umlaut, enz.

  1. Accent aigu (streepje naar rechtsboven)
  2. é of ee
  3. Accent grave (streepje naar rechtsonder)
  4. Accent circonflexe (dakje)
  5. Klemtoonteken: streepje(s) naar rechtsboven
  6. Overige tekens: umlaut, cedille, enz.
     

V. Trema

  1. Trema bij twee klinkers
  2. Trema bij drie of meer klinkers
  3. Trema-uitzonderingen
  4. -ieën of -iën
  5. Trema in telwoorden

VI. Apostrof

  1. Apostrof bij meervoud en de bezitsvorm: ’s
  2. Apostrof zonder s bij de bezitsvorm
  3. Apostrof bij verkleinwoorden
  4. Apostrof in afleidingen van een afkorting, cijfer, losse letter, enz.
  5. Apostrof als weglatingsteken

VII. Hoofdletters

  1. Aan het begin van een zin
  2. Namen van personen
  3. Namen die ‘gewone’ woorden zijn geworden
  4. Soortnamen van dieren en planten
  5. Aardrijkskundige namen
  6. Taalnamen
  7. Volkerennamen
  8. Tijdperken en historische gebeurtenissen
  9. Feestdagen
  10. Godsdiensten en maatschappelijke, politieke of culturele stromingen
  11. Eerbied
  12. Eigennamen van instellingen, bedrijven, enz.
  13. Functies en titels
  14. Duitse leenwoorden
  15. Allerlei andere soorten eigennamen
  16. Losse letters in samenstellingen

VIII. Aaneenschrijven

  1. Korte samenstellingen (met twee delen)
  2. Lange samenstellingen (met drie of meer delen)
  3. Samenstellingen met anderstalige delen
  4. Samenstellingen met een naam
  5. Combinaties met werkwoorden
  6. Woordgroep (los) of samenstelling (aaneen)
  7. Bijzondere woordgroepen: anderstalig
  8. Voorzetsel/bijwoord en werkwoord vast of los
  9. Er, daar, hier en waar en een voorzetsel of bijwoord
  10. Twee voorzetsels vast of los
  11. Getallen

IX. Streepjes

  1. Klinkerbotsing in samenstellingen
  2. Voorvoegsels of voorvoegselachtige woorden
  3. Samenstellingen met een bijzondere bepaling
  4. Samenstellingen met gelijkwaardige delen
  5. Meerdelige woordcombinaties
  6. Bijzondere combinaties met een naamgevende persoon
  7. Woorden die naar hun eigen betekenis verwijzen
  8. Samenstellingen met een afkorting, cijfer, symbool, enz.
  9. Extra streepjes voor de leesbaarheid
  10. Weglatingsstreepjes in samentrekkingen

X. Tussenletters

  1. Tussen-s in samenstellingen en afleidingen
  2. Tussen-e(n) in samenstellingen
  3. Tussen-e(n) in afleidingen

XI. Vervoegingen en verbuigingen

  1. Tegenwoordige tijd
  2. Verleden tijd en voltooid deelwoord
  3. Gebiedende wijs
  4. Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
  5. Verkleinwoorden
  6. Buigings-e
  7. Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden
  8. Zelfstandig gebruik van alle(n), sommige(n), vele(n), enz.
  9. Vergrotende en overtreffende trap

XII. Afkortingen en symbolen

  1. Afkortingen
  2. Symbolen

XIII. Afbreken

  1. Afbreken bij lettergreepgrens
website door Kees ™