Spellingregels

Overzicht van gehanteerde spellingregels

Hieronder vindt u een overzicht van de spellingregels waarvan wordt uitgegaan op deze website. Achter de woorden in de woordenlijst worden de betreffende regelnummers genoemd; via een link kunt u steeds doorklikken naar de regeltekst. U vindt de tekst van alle regels achter elkaar ook in de Spellingwijzer Onze Taal.

I. Algemene regels

  1. De uitgangspunten van de Nederlandse spelling
  2. Enkele en dubbele letters
  3. De spelling van eigennamen
     

II. Klinkers

  1. De klank [ee]
  2. De klank [ie]
  3. De klank [oo]
  4. De klank [au]
  5. De klank [ei]
     

III. Medeklinkers

  1. De klank [k]: c, k, q, enz.
  2. De klank [ks]: cc, ks, x, enz.
  3. Sisklanken: c, s, z, enz.
  4. f of v
  5. Wel of geen h
  6. Wel of geen w
     

IV. Accenttekens (uitspraaktekens), klemtoontekens, cedille, umlaut, enz.

  1. Accent aigu (streepje naar rechtsboven)
  2. é of ee
  3. Accent grave (streepje naar rechtsonder)
  4. Accent circonflexe (dakje)
  5. Klemtoonteken: streepje(s) naar rechtsboven
  6. Overige tekens: umlaut, cedille, enz.
     

V. Trema

  1. Trema bij twee klinkers
  2. Trema bij drie of meer klinkers
  3. Trema-uitzonderingen
  4. -ieën of -iën
  5. Trema in telwoorden
     

VI. Apostrof

  1. Apostrof bij meervoud en de bezitsvorm: ’s
  2. Apostrof zonder s bij de bezitsvorm
  3. Apostrof bij verkleinwoorden
  4. Apostrof in afleidingen van een afkorting, cijfer, losse letter, enz.
  5. Apostrof als weglatingsteken
     

VII. Hoofdletters

  1. Aan het begin van een zin
  2. Namen van personen
  3. Namen die ‘gewone’ woorden zijn geworden
  4. Soortnamen van dieren en planten
  5. Aardrijkskundige namen
  6. Taalnamen
  7. Volkerennamen
  8. Tijdperken en historische gebeurtenissen
  9. Feestdagen
  10. Godsdiensten en maatschappelijke, politieke of culturele stromingen
  11. Eerbied
  12. Eigennamen van instellingen, bedrijven, enz.
  13. Functies en titels
  14. Duitse leenwoorden
  15. Allerlei andere soorten eigennamen
  16. Losse letters in samenstellingen
     

VIII. Aaneenschrijven

  1. Korte samenstellingen (met twee delen)
  2. Lange samenstellingen (met drie of meer delen)
  3. Samenstellingen met anderstalige delen
  4. Samenstellingen met een naam
  5. Combinaties met werkwoorden
  6. Woordgroep (los) of samenstelling (aaneen)
  7. Bijzondere woordgroepen: anderstalig
  8. Voorzetsel/bijwoord en werkwoord vast of los
  9. Er, daar, hier en waar en een voorzetsel of bijwoord
  10. Twee voorzetsels vast of los
  11. Getallen
     

IX. Streepjes

  1. Klinkerbotsing in samenstellingen
  2. Voorvoegsels of voorvoegselachtige woorden
  3. Samenstellingen met een bijzondere bepaling
  4. Samenstellingen met gelijkwaardige delen
  5. Meerdelige woordcombinaties
  6. Bijzondere combinaties met een naamgevende persoon
  7. Woorden die naar hun eigen betekenis verwijzen
  8. Samenstellingen met een afkorting, cijfer, symbool, enz.
  9. Extra streepjes voor de leesbaarheid
  10. Weglatingsstreepjes in samentrekkingen
     

X. Tussenletters

  1. Tussen-s in samenstellingen en afleidingen
  2. Tussen-e(n) in samenstellingen
  3. Tussen-e(n) in afleidingen
     

XI. Vervoegingen en verbuigingen

  1. Tegenwoordige tijd
  2. Verleden tijd en voltooid deelwoord
  3. Gebiedende wijs
  4. Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
  5. Verkleinwoorden
  6. Buigings-e
  7. Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden
  8. Zelfstandig gebruik van alle(n), sommige(n), vele(n), enz.
  9. Vergrotende en overtreffende trap
     

XII. Afkortingen en symbolen

  1. Afkortingen
  2. Symbolen
     

XIII. Afbreken

  1. Afbreken bij lettergreepgrens

     

website door Kees ™